Waarom lijkt egoïsme onvermijdelijk?
Het egoïsme van directheid en zijn gebrekkige logica
Wanneer we aan egoïsme denken, stellen we ons vaak iemand voor die zich zonder schaamte boven anderen plaatst, uitsluitend zijn eigen belang nastreeft, en zich verwijdert van het algemeen belang om een wereld naar eigen maat te creëren. Toch is er iets veranderd in de manier waarop dat egoïsme zich vandaag manifesteert. Het is meestal niet langer een bewuste ethische houding of een doelgerichte gedraging. Het is eerder een manier van zijn in de wereld die zich opdringt zonder per se gewenst te zijn. Een zijdelingse, opgelegde uitkomst, vaak onopgemerkt.
Egoïsme komt van het Latijnse ego, wat “ik” betekent, en het achtervoegsel -isme, dat systeem, doctrine of wijze aanduidt. Egoïsme is, etymologisch gezien, het “systeem van het ik”: een manier om de wereld te organiseren vanuit en vóór zichzelf. Het ik als zwaartepunt, als maatstaf, als laatste filter van wat aandacht verdient.
Deze logica wordt versterkt door de moderniteit, wanneer het autonome individu —vrij, rationeel, meester over zichzelf— het middelpunt van de scène wordt. Het kapitalisme, vooral in zijn westerse vorm, heeft dit figuur tot het uiterste doorgevoerd: het leven ingericht rondom individuele vooruitgang. Een verhaal waarin persoonlijke verdienste, ambitie, competitie en succes als absolute waarden gelden.
In die context houdt egoïsme op een morele fout te zijn en wordt het een strategische deugd. Degene die zichzelf vooropstelt, zijn prestaties maximaliseert, zich niet laat weerhouden door een ander, wordt beloond met zichtbaarheid, prestige, inkomen. De ondernemer, de selfmade man, de influencer, de disruptieve leider: allemaal personificaties van dat zelfgenoegzame ik dat obstakels overwint, vaak ook de ander.
Maar achter die esthetiek van empowerment schuilt een minder zichtbare conditie: het gaat niet altijd om mensen die er bewust voor kiezen vooruit te gaan. Vaak zijn het mensen die niet meer kunnen stoppen. Die niet weten hoe te verbinden tenzij vanuit verlangen of het tentoonstellen van zichzelf. De verheerlijking van het ik wordt steeds meer het masker van een onvermogen: dat om de wereld te bewonen zonder constant om zichzelf te cirkelen.
Wat is dopamine en wat betekent een onevenwicht?
Dopamine is een belangrijke neurotransmitter binnen het beloningssysteem van de hersenen. Ze markeert wat onze aandacht verdient, motiveert ons gedragingen te herhalen die voordelig zijn, en houdt ons gericht op wat plezier of betekenis geeft. Ze wordt actief wanneer we eten, een probleem oplossen, iets nieuws leren, het onbekende verkennen, of een moeilijkheid doorstaan en daar sterker uitkomen.
Ze wordt ook geactiveerd bij het beleven van ontroerende kunst, het lezen van een transformerend boek, of een diepgaand gesprek. In zulke gevallen werkt dopamine als een emotioneel kompas dat zegt: ‘dit is de moeite waard’.
Maar dopamine komt ook vrij bij veel trivialere prikkels: een WhatsApp-melding, een like op Instagram of een TikTok reel die voor enkele seconden onze aandacht vangt. In deze gevallen is dopamine geen begeleider van een symbolisch proces: het wordt pure, herhalende, onmiddellijke stimulans. Geen resultaat van een zoektocht, maar van een systeem dat is geoptimaliseerd om onze aandacht continu te grijpen.
In evolutionaire context had de afgifte van dopamine een functioneel doel: ze zette aan tot het zoeken naar voedsel, het oplossen van problemen, het aangaan van sociale relaties, het verlaten van de comfortzone. Ze diende aanpassing, verkenning en groei. Maar in de hyperverbonden, prikkel-overladen wereld van vandaag is dat systeem ontregeld geraakt. Het wordt niet langer geactiveerd door wat waardevol is, maar door wat beschikbaar is. Het geeft geen richting meer, maar roept een piek op die snel wegebt.
Telkens wanneer we een digitale beloning ontvangen —een like, bericht of reel— ervaart de hersenen een korte dopaminepiek. Omdat deze prikkel echter niet gepaard gaat met symbolische verwerking, zakt de piek direct weer weg. Om uit dat dal te komen, zoeken we direct een nieuwe prikkel. En nog een. En nog een. Zo ontstaat een eindeloze, richtingloze lus.
Het dopaminesysteem raakt overprikkeld waardoor de drempel stijgt: wat eerder plezier gaf, volstaat niet meer. Een heel album beluisteren, een boek lezen, een gesprek volhouden zonder naar het scherm te grijpen, lijken bijna bovenmenselijke taken. Men verliest de capaciteit tot vasthouden van aandacht, wordt steeds onrustiger bij stilte of leegte, en ontwikkelt een dwangmatige verhouding tot elke vorm van snelle bevrediging. Wachten lukt niet meer. Men weet niet meer hoe het moet.
In deze toestand verarmt verlangen. Het verliest zijn symbolisch karakter —gestructureerd rond een verhaal, een gedeelde betekenis, een gezamenlijke projectie— en wordt pure drift. Men verlangt niet meer naar begrip, verbinding of transformatie. Men verlangt alleen nog om iets —wat dan ook— nu te voelen. En als het lichaam die modus betreedt, is er geen tijd meer voor wachten, geen ruimte voor de ander, geen plek voor het conflict dat verwerking vraagt. Slechts urgentie, stimulans en kortstondige opluchting.
Egoïsme zonder intentie: als wachten onmogelijk wordt
In een omgeving vol onmiddellijke prikkels, waar dopamine het ritme van elk impuls dicteert, is egoïsme geen bewuste keuze meer. Niemand hoeft voorrang te kiezen boven de ander. Men kán gewoon niet anders.
Als het lichaam is getraind in reageren op instant beloningen, wordt wachten ondraaglijk. Het is niet slechts ongemak: het is leegte. In een gedopaminiseerd organisme is niet-voelen onverdraaglijk. Daarom handelt men volgens een logica waarin onmiddellijke voldoening de enige weg naar emotioneel evenwicht is.
Alles dat niet onmiddellijk beloont, wordt zo gezien als bedreiging of hinderpaal. De ander —met zijn tempo, stiltes, verschillen— verschijnt niet als aanvulling, maar als iets dat stoort. Er is geen ruimte voor conflict, ambivalentie, of de noodzakelijke wachttijd van een ontmoeting. Alles versmalt tot één formule: als het niet nu is, is het nutteloos.
Dan volgt de egoïstische handeling. Niet omdat men de ander wilde schaden, noch uit superioriteitsgevoel, maar omdat het systeem de ongemakkelijkheid van het dragen van de ander zonder beloning niet verdraagt. Negeren, afwijzen, zich onttrekken zijn geen koelbewuste daden, maar fysiologische zelfverdediging. Wat hier actief wordt is geen kwaadwilligheid, maar urgentie. Het ik kan niet stoppen, want als het stopt stort het in.
Op dit punt is egoïsme geen ethisch gebrek meer. Het is een vorm van affectieve bijziendheid. Niet uit wreedheid, maar door een aangeleerd onvermogen voorbij het moment te kijken. De toekomst vervaagt. Diepgang wordt onbereikbaar. Het symbolische, irrelevant. De relatie met de ander wordt beperkt tot wat nuttig, gemakkelijk of plezierig is. Alles wat uitstel of emotionele inspanning vraagt, wordt als bedreiging ervaren.
Hier ontstaat een van de subtielste mechanismen van eigentijds zelfbedrog: egoïsme vermomd als zelfzorg. Men ziet zichzelf niet langer als afgesloten binnen zichzelf, maar als iemand die 'grenzen stelt', 'zich beschermt', 'doet wat goed voelt'. Het welzijnsverhaal vervangt de mogelijkheid om de eigen affectieve verantwoordelijkheid te onderzoeken. Wat vroeger een ethisch dilemma was, wordt nu gezien als een gezonde vorm van autonomie.
Maar in die verdediging gaat iets wezenlijks verloren. Werkelijk leren vereist door het ongemak heen gaan: verdragen van niet-weten, fouten maken, wachten, volhouden, standhouden. Geen van die voorwaarden past bij een versneld beloningssysteem dat slechts het onmiddellijke tolereert.
Als verlangen gevangen raakt in de urgentie van bevrediging is er geen ruimte meer voor het nieuwe. Verwondering verdwijnt, complexe gedachten verbleken, het onverwachte verrast niet meer. Alles wordt herhaling in een jasje van variatie: nieuwe vormen van dezelfde prikkel.
Hetzelfde geldt voor relaties. De echte ander, met zijn verschil, tempo en ambiguïteit, wordt ondraaglijk. De relatie wordt een transactie. De ander is welkom zolang hij voldoening schenkt. Wanneer dat niet zo is, wordt hij afgedankt.
Uit die logica stappen betekent niet afstand doen van plezier. Het betekent het opnieuw definiëren. Het herwinnen van de capaciteit om te wachten, je te engageren, te volharden. Niet uit opoffering, maar omdat het werkelijk waardevolle nooit onmiddellijk verschijnt, noch zonder de ongemakkelijkheid die hoort bij het doorbreken van het vertrouwde patroon van steeds jezelf bevestigen.
Dat egoïsme uitschakelen, dat nooit een keuze was maar een aanpassing aan het constante lawaai van een verslavende prikkelomgeving, is misschien de eerste stap om een emotioneel kompas terug te krijgen dat meer richting biedt dan routine en prefab gevoelens. Een kompas met richting en betekenis, dat niet altijd naar onszelf wijst maar naar wat nog onontdekt is.
En misschien, moe om onszelf steeds opnieuw te bevestigen, kunnen we kiezen voor het pad van onzekerheid —en misschien van verwondering— waar echt iets nieuws kan ontstaan.