Waarom moeten we religie ter discussie stellen?

Waarom moeten we religie ter discussie stellen?

De religie van ritueel consumentisme en geprogrammeerd verlangen

Het woord “religie” doet ons meestal denken aan tempels, dogma’s, heilige geschriften en spirituele praktijken. Begrijpen we het echter zoals Mircea Eliade het definieerde—als een systeem van fundamentele principes rond mythen, rituelen, archetypen en magie, oftewel fetisjisme—dan gaat religie verder dan het theologische. Het is feitelijk aanwezig en werkzaam zelfs in contexten die zichzelf seculier, rationeel of modern noemen. Religie ter discussie stellen betekent dus niet noodzakelijk twijfelen aan een god, maar juist het bevragen van de symbolische en praktische systemen die onze waarneming van de werkelijkheid, onze keuzes en verlangens structureren. Dit is vandaag de dag urgenter dan ooit.

Het westerse liberale kapitalisme functioneert als een moderne religie. Het heeft zijn grondmythe—het autonome, vrije individu dat zichzelf (economisch) verwezenlijkt via verdienste en inspanning—zijn dagelijkse rituelen—consumptie, werk, competitie—zijn archetypen—de succesvolle ondernemer, de investeerder, de “self-made man”—en natuurlijk zijn magisch object: geld, dat als fetisj elk ding in waarde kan omzetten. Deze religie presenteert zich niet als zodanig, maar werkt met een symbolische kracht die elk aspect van ons leven organiseert. Ze bepaalt wat waardevol is, wat wenselijk is, wat falen betekent en wat vrijheid inhoudt. Zoals een hamer alles als een spijker ziet, worden wij—door dit systeem gevormd—geneigd alles, inclusief onszelf en anderen, te beschouwen als middelen, hulpbronnen, bruikbare of wegwerpbare dingen.

Door dit symbolische systeem niet ter discussie te stellen, laten we toe dat het onze omgang met anderen bepaalt. Wie niet aan de waarden van onze religie voldoet, wordt een vergissing, een anomalie of zelfs een bedreiging. We reduceren en veroordelen die ander. Die persoon verliest zijn eigen betekenis en wordt een obstakel of defect. En als we het systeem dat ons zo laat denken niet ter discussie stellen, kunnen we alleen werkelijk omgaan met degenen die erin passen. Alle anderen sluiten we vroeg of laat buiten. Zonder kritiek is er geen echte gastvrijheid, geen diepgaande empathie. Er blijft alleen strategische tolerantie en afstand, vermomd als inclusie.

Niet alleen de ander lijdt onder dit symbolisch automatisme. Ook onze eigen toekomst wordt erdoor beïnvloed. Wie de religie die ons verlangen structureert niet bevraagt, ziet de toekomst gereduceerd tot een reeks kant-en-klare keuzes. We kiezen uit een menu dat we niet zelf maakten, dromen dat wat het systeem ons toestaat te verbeelden en verwarren herhaling met vrijheid. Onze beslissingen blijven binnen een logica die al voor ons bepaald is, ook al geloven we dat we zelf kiezen. We veranderen van vorm zonder de kern te veranderen, ronddraaiend in een lus waarin het nieuwe slechts een toegestane variant van hetzelfde is. Wat we voelen als keuze, is gehoorzaamheid. Wat we beleven als vrijheid, is automatisme.

Religie ter discussie stellen is niet het vernietigen van betekenis, maar het herstellen van de mogelijkheid om die zelf te creëren. Het betekent het automatisme onderbreken, een breuk forceren in het script, het al geschreven verlangen uitdagen. Het betekent stoppen met doen alsof alles een spijker is, enkel omdat we geleerd hebben te denken als een hamer. Want als we de moed niet opbrengen de ons vormende logica te bevragen, zal het werkelijk nieuwe nooit een plaats vinden.

Lees verder...