Waarom was Judas historisch noodzakelijk?
Judas als paradigma: de breuk van binnenuit
Op bepaalde historische momenten komt verraad niet van buitenaf, maar van binnenuit. Dat soort breuk heeft een bijzondere lading omdat het niet alleen normen of allianties uitdaagt, maar het symbolische hart van een systeem ontwricht. De figuren van Judas en Brutus belichamen dit type verraad. Iets soortgelijks gebeurt, op hedendaags geopolitiek niveau, met het handelstariefbeleid van Donald Trump ten opzichte van zijn traditionele bondgenoten.
Judas was geen externe tegenstander van Jezus: hij maakte deel uit van zijn meest intieme kring, een van de twaalf apostelen. Hij verraadt niet alleen een persoon, maar ook een directe band met het heilige. Brutus was op zijn beurt niet gewoon een Romeins senator: hij stond dicht bij Julius Caesar, door velen zelfs gezien als zijn beschermeling. Zijn dolkstoot was niet alleen fysiek, maar ook symbolisch: een ontkenning van de legitimiteit van de Romeinse centrale macht van binnenuit de vertrouwenskring.
Iets vergelijkbaars gebeurt wanneer Donald Trump besluit tarieven te heffen op producten uit landen als Duitsland, Frankrijk of Canada. De Verenigde Staten waren sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste promotor van de internationale liberale economische orde: vrijhandel, multilaterale allianties, open markten. Instellingen als het GATT (voorloper van de WTO) zijn met Amerikaanse steun en leiderschap opgericht om deze logica te waarborgen. Trump daagt dit model niet uit vanuit een externe of alternatieve positie, maar vanuit het presidentschap van het land dat het decennia lang ontwierp en ondersteunde.
In deze context is het opleggen van handelsbarrières aan bondgenoten niet zomaar een extra protectionistische maatregel. Het betekent het doorbreken van het fundamentele akkoord van de liberale westerse orde: het idee dat vrije en soepele handel tussen kapitalistische democratieën de basis is van mondiale stabiliteit. Die overeenkomst was niet alleen economisch, maar ook ideologisch: ze vormde een gedeelde wereldvisie. De breuk is niet alleen politiek of strategisch, maar ook ontologisch: het raakt aan de diepere betekenis van wat dit systeem is.
Het ontologische — dat wil zeggen, hoe wij het zijn en de orde der dingen begrijpen en concipiëren — breekt niet gemakkelijk. Maar wanneer het breekt, zijn er geen technische regels die het kunnen herstellen. De samenhang van het model en de interne logica gaat verloren.
Het doorbreken ervan betekent het loslaten van het gevestigde naoorlogse consensusmodel, vooral sinds 1945, toen de VS en Europa zich als economisch en politiek blok samen richting de wereld profileerden. Simpel gezegd: als sinds meer dan een halve eeuw vrijhandel het symbool van vertrouwen en samenwerking tussen bondgenoten was, verandert de invoering van tarieven dit in een strijdtoneel.
Dante plaatst in De Goddelijke Komedie Judas en Brutus in het centrum van de hel, niet vanwege de omvang van hun misdaden, maar vanwege het soort verraad dat ze vertegenwoordigen: zij vernietigen niet van buitenaf, maar van binnenuit. In die symbolische logica neemt Trump een soortgelijke rol op zich. Hij staat niet als kritische buitenstaander tegenover het westerse systeem, maar breekt als machtskern de regels die het geheel betekenis gaven.
Deze vergelijking beoogt geen persoonsgelijkstelling, maar het herkennen van een historisch patroon: intern verraad destabiliseert omdat het ons wereldbegrip verandert. Het gaat niet meer om conflict tussen verschillende modellen, maar om een breuk binnen het dominante model. Wat instort is niet alleen een alliantie, maar de morele, symbolische en ontologische structuur waarop ze rustte. Dergelijke ontwrichting herstel je niet met nieuwe regels, want wat verloren gaat is vertrouwen als structurele categorie. En zonder vertrouwen wankelt het gehele ideologische bouwwerk.