Waarom Kunstmatige Intelligentie het Einde van het Kapitalisme Betekent · Deel I: Het Einde als Doel

Waarom Kunstmatige Intelligentie het Einde van het Kapitalisme Betekent · Deel I: Het Einde als Doel

Kunstmatige Intelligentie: een korte introductie

Er zijn woorden die, wanneer we bij ze stilstaan, een bredere interpretatieruimte openen dan ze lijken te suggereren. Einde is er zo een. In het Spaans kan het zowel doel betekenen —de richting waar iets naartoe gaat— als afronding —het afsluiten van hetzelfde proces—. In deze dubbelzinnigheid schuilt een conceptuele rijkdom die de etymologie onthult. Het Griekse woord télos, waar ons "einde" van afstamt, maakt geen onderscheid tussen doel en voltooiing: beide maken deel uit van dezelfde cirkelvormige beweging. Télos komt van de Indo-Europese wortel kwel- —draaien, rondgaan, een cyclus sluiten—. Voor het oude denken geldt dat wat zijn télos bereikt, niet alleen ophoudt te bestaan: het wordt gerealiseerd. Het einde is het voltooide doel; het doel is het natuurlijke einde van het proces.

Moderne talen hebben deze betekenissen gescheiden —doel aan de ene kant, einde aan de andere—, omdat onze historische verbeelding lineair werd. We geloven dat alles vooruitgaat, naar meer, naar beter, alsof elk proces eindeloos moet worden voortgezet.

Misschien kijken we daarom vaak naar het nieuwe als een uitvergrote versie van wat we al kennen. Als tijd een oplopende lijn is, veronderstellen we dat de toekomst alleen het beleefde verlengt: meer technologie, meer snelheid, meer efficiëntie, maar niets wezenlijk anders. Dat idee van continuïteit stelt gerust. Het plaatst ons in een denkbeeldige positie van controle, alsof wat komt slechts een volgende trede is op een pad dat we al eeuwen begrijpen. Daarom herhalen we "dit hebben we eerder meegemaakt": niet om de werkelijkheid te beschrijven, maar om een gevoel van vertrouwdheid met het onbekende te behouden. Maar er zijn momenten in de geschiedenis waarop deze illusie ophoudt bescherming te bieden en gevaarlijk wordt.

Twee films over de Eerste Wereldoorlog tonen dit met verbluffende helderheid: Paths of Glory (Stanley Kubrick, 1957) en All Quiet on the Western Front (Lewis Milestone, 1930). In Paths of Glory wordt de blindheid getoond van de Franse militaire top, overtuigd dat oorlog nog steeds was wat ze zich herinnerden: heroïsche daden, beslissende doorbraken, slagvelden waar persoonlijke moed het verschil kon maken. All Quiet on the Western Front laat hetzelfde zien vanuit het perspectief van de gewone soldaat: jonge mannen die naar het front trekken in de overtuiging dat ze de glorie van het verleden herhalen. Wat ze aantroffen was geen enkele continuïteit: de oorlog was een industriële slachting geworden. In enkele dagen vielen tienduizenden onder mitrailleurs die regimenten in minuten uitroeiden; in enkele uren veranderde artillerie dorpen en bossen in rokende kraters. In één dag bij de Somme stierven meer soldaten dan in gehele maanden van vroegere conflicten, inclusief de Napoleontische veldtochten. Nog nooit werd zo snel, zo mechanisch, zo onpersoonlijk gedood. Het verleden kwam niet terug; het kón niet terugkomen. En degenen die volhielden dat de oorlog "nog steeds dezelfde was", zaten er drastisch naast: die vergissing kostte meer dan 17 miljoen doden in amper vier jaar.

Het gevaar van denken dat het nieuwe slechts een herhaling van het verleden is, is dat het vermogen verloren gaat om de kwalitatieve sprong te herkennen. En vandaag, tegenover kunstmatige intelligentie, gebeurt iets gelijkaardigs. Degenen die zeggen "dit hebben we al eerder meegemaakt met andere technologieën" vergeten dat we nooit eerder cognitieve automatisering hebben meegemaakt. Het gaat er niet om fysieke kracht te vervangen of berekeningen te versnellen: het gaat erom technische systemen toe te vertrouwen wat ooit exclusief voor menselijke geest was. Vandaag komt ongeveer 65% van het mondiale bbp uit de dienstensector, en zo'n 60% van de wereldwijde banen is afhankelijk van activiteiten waarbij het niet om kracht gaat, maar om interpretatie, communicatie, organisatie, planning, analyse of symbolische productie. Dáár introduceert cognitieve automatisering een radicale verandering: het maakt niet sneller wat wij deden, maar kan het zonder menselijke aanwezigheid, met minimale marginale kosten en een snelheid die niet te evenaren valt. Cognitieve automatisering vermindert niet alleen taken: ze herdefinieert de hele structuur van arbeid, verschuift waarde naar niet-menselijke processen en maakt een groot deel van betaalde arbeid overbodig.

Maar dat is slechts één kant. De andere —dieperliggende— is de automatisering van het oordeel. Het gaat niet om technische vaardigheden, maar om het buiten onszelf plaatsen van een functie die in alle menselijke samenlevingen aan de kern van de ervaring stond: kunnen beoordelen, kiezen, afwegen en beslissen. Automatiseren van het oordeel betekent niet alleen dat een machine voor ons beslist; het betekent dat de manier van beslissen zelf verandert. Vermogens die ooit aandacht, inzicht, geheugen, vergelijking, intuïtie en waardering vereisten, worden geïntegreerd in algoritmische processen die ontworpen zijn om resultaten te optimaliseren, niet te begrijpen. Een geautomatiseerd besluit is niet langer een menselijke beslissing, ook al heeft het gevolgen voor mensen. En als een technisch systeem die ruimte inneemt, produceert het niet alleen antwoorden: het bepaalt de horizon van het mogelijke, legt vast welke opties we als relevant beschouwen en welke verdwijnen voordat we ze kunnen denken. Automatiseren van het oordeel is niet enkel het afstaan van beslissingen; het betekent dat een extern systeem op voorhand alle alternatieven dempt die voor ons nooit zullen bestaan.

We kunnen doen alsof dit iets van een verre toekomst is, maar het gebeurt nu al. De automatisering van het oordeel start niet op het moment dat een machine volledig voor ons beslist, maar wanneer we toestaan dat die het wereldbeeld filtert vóórdat het ons bewustzijn bereikt. Vandaag bepalen algoritmen wat we zien, horen, lezen en negeren. De series die we kijken, het nieuws dat ons bereikt, de muziek die we ontdekken of de zoekresultaten die geprioriteerd worden zijn grotendeels voorafgaande beslissingen van het systeem. Platforms, sociale netwerken en zoekmachines rangschikken de werkelijkheid volgens patronen die wij niet controleren; ze bepalen wat aandacht verdient en wat spoorloos kan verdwijnen. En dat heeft een doorslaggevend effect: wat onze aandacht trekt, wat we relevant of wenselijk achten, maakt deel uit van onze identiteit. Wat ons boeit is niet oppervlakkig: het is constitutief. Door het te delegeren, staan we niet alleen praktische functies af; we staan het proces zelf af waardoor we worden wie we zijn. Als een ander systeem beslist wat ons interesseert, vormt het ook ons vermogen tot verlangen. Als het de hiërarchie van betekenis organiseert, bepaalt het de grenzen van onze binnenwereld. Veel van onze voorkeuren zijn niet uit onze eigen gevoeligheid voortgekomen, maar uit aanbevelingen die we als eigen keuzes accepteerden. Het is een stille transformatie van de subjectiviteit.

Kunstmatige intelligentie als doel van het neoliberaal kapitalisme

Om te begrijpen waarom kunstmatige intelligentie de culminatie van een historische ontwikkeling kan zijn, moeten we eerst het systeem bestuderen dat haar opneemt. Kapitalisme is geen reeks economische regels, maar een manier om het leven te organiseren. Alles wat het aanraakt wordt proces: arbeid, tijd, relaties, mensen, informatie. En dat proces heeft een constante richting: productiviteit maximaliseren en kosten verlagen. Elke innovatie —mechanisering, fabriek, lopende band, digitalisering, financialisering— werd ingezet om die logica voort te zetten.

Neoliberalisme is de meest radicale uitdrukking van deze oriëntatie. Het brengt de bedrijfslogica naar het volledige bestaan: het individu wordt een prestatie-eenheid; tijd wordt een hulpbron; subjectiviteit een actief; rechten worden kosten; onzekerheid een stimulans. In deze visie is de markt niet een onderdeel van de samenleving: het is het organiserende principe. Het systeem presteert het beste als menselijke tussenkomst minimaal is. Ongelijkheid wordt niet langer gezien als een fout, maar als een teken van efficiëntie.

Zijn télos begrijpen —de interne oriëntatie die zijn ontwikkeling stuurt—, vraagt te onderscheiden welke doelen het sinds het begin nastreeft en hoe kunstmatige intelligentie bijdraagt aan hun verwezenlijking.

Sinds het begin heeft het kapitalisme geprobeerd zich te bevrijden van de grenzen van het menselijk lichaam. Mechanisatie verving spierkracht; de lopende band elimineerde variabiliteit van arbeiders; digitalisering nam repetitieve taken over; industriële automatisering verminderde afhankelijkheid van biologische ritme en aandacht. Alles wat menselijk was en moeheid, pauze of onvoorspelbaarheid bracht, werd als wrijving beschouwd. KI introduceert een kwalitatieve sprong omdat het datgene automatiseert wat voorheen niet geautomatiseerd kon worden: cognitie. Waar vroeger menselijke interpretatie, besluit of coördinatie nodig was, kan nu een technisch model ingrijpen. De cognitieve functie wordt vervangen door onbegrensde operationele continuïteit.

Daarbij komt een ander doorslaggevend doel: onbegrensde expansie. Meer productie, meer circulatie, meer accumulatie. Die expansie wordt niet alleen gemeten in goederen, maar in een oneindige intensivering van arbeid, het volledig benutten van alle beschikbare tijd, en het omvormen van elk gebaar tot productiviteit. Het uit zich ook in de uitbreiding van voorspellende modellen die in staat zijn om beslissingen te anticiperen en menselijke onzekerheid om te zetten in exploiteerbare patronen. Tot slot in financialisering, waarmee kapitaal kan groeien zonder materiële productie. KI versterkt deze drie dimensies: het vermeerdert werk zonder rust, perfectioneert voorspelling en vergroot autonome algoritmische markten. Groei is niet langer afhankelijk van het subject: het wordt gedragen door algoritmische capaciteit.

Maar deze ontwikkeling gebeurt niet in een open, gelijkmatig verdeelde ruimte: ze neigt inherent naar concentratie. Dat is geen neveneffect van het systeem, maar ligt besloten in de naam zelf. Kapitaal komt van caput, “hoofd”: wat bovenaan staat, aanstuurt, accumuleert. Kapitalisme organiseert in zijn meest elementaire vorm het leven rondom concentratiepunten van accumulatie, niet horizontale verdelingen. Naarmate de efficiëntie stijgt, concentreert kapitaal zich bij degenen met de grootste technische, financiële of informatieve capaciteit; schaal wordt het beslissende criterium voor dominantie. Het systeem werkt beter als de macht geconcentreerd is, omdat concentratie de accumulatie versnelt.

Kunstmatige intelligentie bootst deze logica niet alleen na: ze intensiveert die als geen enkele voorgaande technologie. Algoritmen leren beter naarmate ze meer data beheersen, en de data —de grondstof voor KI— zijn al in handen van een klein aantal wereldspelers. De kwaliteit van het model hangt af van centralisatie: hoe groter het platform, hoe nauwkeuriger; hoe omvangrijker de informatiestroom, hoe dominanter de positie. KI democratiseert de infrastructuur niet: ze centraliseert die per definitie. Wie de modellen en data beheerst, beheert het hele proces; wie geen toegang heeft, wordt onvermijdelijk naar de rand verbannen. Concentratie wordt dus niet enkel tendens, maar de bestaansvorm zelf, omdat de technologie die het systeem aandrijft —als het kapitaal waaruit het ontstaat— precies beter wordt naarmate ze zich concentreert.

En er verschijnt een uiteindelijke, wellicht diepste doelstelling: geleidelijk de rol van de mens in de waardeketen verkleinen. Elke historische fase van het kapitalisme kan gelezen worden als een volgende stap daarin: mechanisatie maakte de kracht van het lichaam tot een beperking die door machines werd overwonnen; wetenschappelijke organisatie van arbeid verving het ambachtelijke weten door gestandaardiseerde procedures en herleidde individuele initiatief tot een miniem marge; digitalisering veranderde menselijke traagheid in een onoverbrugbare achterstand tegenover computersnelheid; industriële automatisering maakte menselijke supervisie en controle tot overbodige kosten. KI voltooit die beweging. Ze schrapt niet enkel taken: ze schrapt structurele functies. In productie plant en coördineert ze; in management analyseert en beslist ze; in distributie optimaliseert ze zonder menselijke tussenkomst; in consumptie anticipeert ze wensen; in subjectiviteit vormt ze voorkeuren. Vooral dat laatste is wellicht het meest doorslaggevend, omdat het niet alleen werk verdringt, maar ook de bron van verlangen zelf. Wensen voorspellen betekent dat het systeem niet meer wacht tot de consument kiest: het stuurt die naar wat het economisch circuit optimaliseert. Voorkeuren modelleren houdt in dat smaak niet langer ontstaat uit levenservaring, maar voortkomt uit statistische patronen: affiniteiten getraind door het algoritme, niet gevormd door het subject. KI bepaalt welke aandacht we waarschijnlijk geven, welke gevoeligheid we ontwikkelen, welke culturele gebaren we herhalen. Met andere woorden: het beheert de grondstof van onze subjectiviteit. En bij elk daarvan verdringt het de mens om dezelfde reden die het kapitalisme al eeuwenlang drijft: omdat de mens limiet, variatie, onzekerheid of pauze introduceert.

Dit alles betekent niet dat de voltooiing van deze doelen al heeft plaatsgevonden, noch dat die onvermijdelijk is. Het betekent dat, als het systeem zijn oriëntatie niet wijzigt, KI de eerste technologie is die nauwkeurig kan uitvoeren wat het kapitalisme al eeuwen najaagt: functioneren zonder de mens als waarde-agent. Het introduceert geen nieuw lot: het onthult een oud. Het transformeert het systeem niet van buitenaf: het perfectioneert het van binnenuit. Ze automatiseert wat menselijk bleef, versnelt wat al tendens was, maakt zichtbaar wat ooit puur intuïtie was.

Het einde als doel is geen voorspelling, maar een teleologische lezing: het punt waarop een systeem volledig beweegt naar datgene wat vanaf het begin al was ingeschreven. In die beweging maakt KI de mens tot wat de logica van het kapitalisme altijd heeft nagestreefd: overbodig.

Lees verder...