Waarom twijfelen we niet aan onze onzekerheden?

Waarom twijfelen we niet aan onze onzekerheden?

Een onderscheid tussen twijfel en onzekerheid

Vaak worden mensen die twijfelen verward met mensen die onzeker zijn. Alsof twijfelen synoniem is voor aarzeling, besluiteloosheid of zwakte. Maar het zijn heel verschillende zaken.

Twijfel is een van de meest fundamentele uitingen van het denken. Twijfelen betekent niet simpelweg niet weten, maar een ruimte openen tussen weten en niet-weten: een kloof waardoor het denken binnendringt, een gebied van opschorting dat het mogelijk maakt om te bevragen wat vanzelfsprekend leek.

Etymologisch komt twijfel van het Latijnse dubitāre, gerelateerd aan duo (twee). Twijfelen is blijven hangen tussen twee wegen, bij een splitsing: we bevestigen noch ontkennen, maar houden halt, schorten het oordeel op, en juist in die tussenzone wordt het denken actief. Verre van een tekortkoming te zijn, is twijfel de voorwaarde voor het denken zelf. Het stelt ons in staat te herzien, te nuanceren, weerstand te bieden.

Wat we daarentegen onzekerheid noemen, verwijst naar een andere ervaring. Het woord is afgeleid van het Latijnse securus, wat “veilig, zonder zorgen” betekende. On-zekerheid betekent dus niet vrij zijn van zorgen, niet beschikken over bescherming of geborgenheid. Onzekerheid is niet gewoon twijfel over onze kunnen: het is het gevoel blootgesteld en onbeschermd te zijn tegenover het oordeel van anderen, tegenover de loop van de wereld, tegenover onszelf. Het is een staat van weerloosheid.

En juist in die toestand wordt twijfel onmogelijk. Want om te kunnen twijfelen is een bepaalde basis nodig: een kader waarin het mogelijk is ambiguïteit te verduren, opschorting te verdragen, conflict te trotseren. Twijfel vereist enige stevigheid om zich te kunnen ontvouwen. Maar in onzekerheid ontbreekt die bodem. Alles is al uit elkaar gevallen.

Dit wordt duidelijker wanneer we denken aan de verschillende gezichten die onzekerheid kan aannemen: affectief, wanneer we voelen dat de liefde van anderen instabiel of voorwaardelijk is en we ons best moeten doen om niet verlaten te worden; familiaal, wanneer de omgeving waarin we opgroeiden ons geen geborgenheid, erkenning of waardering bood; economisch, wanneer een gebrek aan middelen het onmogelijk maakt te dromen over de toekomst of zelfs het heden te behouden; en sociaal, wanneer de culturele omgeving bepaalde identiteiten marginaliseert, onzichtbaar maakt of onderwaardeert. In al deze gevallen ontbreekt niet het denken, maar de voorwaarden om te kunnen denken. Het is niet dat we niet willen twijfelen aan onze onzekerheden, het is dat we het niet kunnen: we missen een veilige plek van waaruit we ze ter discussie kunnen stellen. Zonder die steun —intern of extern— bevrijdt twijfel niet, maar dreigt het ons nog verder uiteen te halen.

Maar onzekerheid is niet alleen een innerlijke of private ervaring. Ze komt niet altijd spontaan van binnenuit; vaak wordt zij opgewekt, in stand gehouden of strategisch uitgelokt door anderen. Dat inzien betekent erkennen dat iemand in een toestand van onzekerheid houden een effectieve manier kan zijn om iemands denken te beheersen. Omdat onzekerheid twijfel blokkeert, en zonder twijfel is er geen verandering. Wanneer iemand onbeschermd is, bang of overgeleverd aan een ander, kan diegene het zich niet veroorloven de structuur die hem of haar draagt te bevragen, ook niet als die schadelijk is.

In veel relaties —liefdesrelaties, vriendschappen, familiebanden, werkomgevingen— wordt bewust een zekere mate van onzekerheid in stand gehouden. De vage dreiging van verlies of verlating garandeert continuïteit, zij het op een pijnlijke manier. Zekerheden bieden is juist veel riskanter, omdat het twijfel mogelijk maakt. En zodra de ander kan twijfelen, kan diegene ook veranderen. Zelfs kan men gaan twijfelen aan wie veiligheid bood.

Dit is ook zichtbaar in de politiek. Onzekerheidskaders —sociaal, economisch, cultureel— worden vaak vakkundig beheerd: er wordt verwezen naar angst voor oorlog, voor crisis, voor ineenstorting, om kritiek te onderdrukken en beslissingen te legitimeren die de soevereiniteit beperken. Er wordt een discours van voortdurende dreiging opgelegd, waarna het denken zich terugtrekt en gehoorzaamheid boven analyse verkiest.

In de wereldeconomie is het nog duidelijker: honderden miljoenen mensen leven in structurele onzekerheid, waarbij elke poging tot persoonlijke verandering —van baan wisselen, studeren, migreren, “nee” zeggen— een risico inhoudt dat ze niet kunnen nemen. Velen weten dat er iets niet klopt, dat ze niet goed doen door in dat systeem te blijven, maar ze kunnen zich geen twijfel over hun pad veroorloven omdat er geen foutenmarge is. Alles staat op het spel. En denken kan niet bloeien op de puinhopen.

Tegenover dat web van onzekerheden —affectief, emotioneel, werkgerelateerd, economisch, sociaal, politiek— waarin we vaak gevangen zitten zonder reële mogelijkheid tot verandering, is de eerste stap misschien niet handelen, maar de grenzen van ons eigen denken onderkennen. Zien welke ideeën we hebben durven bevragen en welke niet. Welke zekerheden we aanhouden, niet omdat ze waar zijn, maar omdat eraan twijfelen ons in gevaar zou brengen. Niet alles wat we niet in twijfel trekken, is overtuiging; vaak is het pure overleving.

Soms ontbreekt niet de twijfel, maar de minimale voorwaarden waardoor twijfel mogelijk wordt. Wanneer die voorwaarden ontbreken, is de eerste stap niet anders denken, maar bewust worden van wat we niet hebben kunnen denken. En waarom.

Het erkennen van de angst die ons tot zwijgen dwingt, de dreiging waardoor bepaalde vragen ondenkbaar werden, lost niets op. Maar het maakt wel duidelijk waar de blokkade begint. Het verandert noch onze omgeving noch onszelf, maar het opent in elk geval een scheur in de gehoorzaamheid.

Een scheur van waaruit we kunnen zien waar de angst is binnengedrongen: een minimale voorwaarde om haar tegemoet te treden en, misschien, ons op een dag iets veiliger te voelen.

Lees verder...